maandag 23 juli 2012

Elfsteden non stop in een twee persoons kajak


Elk jaar organiseert kano vereniging “Onder de Wadden” deze tocht. Dit jaar wordt hij op 2 en 3 september gehouden. Je bent dan verplicht om met tweetallen te varen en een volg auto met een support team te regelen. Carel en ik willen de tocht graag in de tweepersoonskajak afleggen de Sea AleutII van Valley. Je hoeft nooit op elkaar te wachten en je hebt geen last van een sterke en een zwakke partij. Dus besluiten we hem gewoon “wild” te doen. En omdat we het milieu vriendelijk willen doen, gaan we self supporting. De snelste tijd is 23 uur en 18 minuten voor de race freaks. Van een ander jaar vinden we een tijdschema van de deelnemers. Daar doet de langzaamste het in 32 uur. Omdat we alles alleen moeten doen en een zware boot hebben nemen we de tijd nog ruimer en maken een schema op 36 uur.



Donderdagavond haalt Carel me op. Thuis heeft Dineke een grote pan spaghetti, genoeg voor een groot gezin, gemaakt. Kajakken is zwaar werk dus we proppen ons lekker vol.  Na een goede nacht bij Carel in Sneek starten we op vrijdag 20 juli ‘s ochtends om half zeven ons “rondje”. Om kwart voor zeven bereiken we het startpunt, de Waterpoort in Sneek. De eerste kilometers peddelen zijn het makkelijkst maar mentaal het zwaarste. Je moet het nog 200 km volhouden tenslotte. Normaal ga je twee of drie uur peddelen en kom je kapot thuis. Nu moet je het 36 uur vol zien te houden. Carel stimuleert me erg om niet meteen los te gaan: “Nee Marcel, niet hard accelereren, trek de boot langzaam op gang!” en “Je moet maar denken dat de benzine tank vol is en dat je zover mogelijk kilometers moet halen met die ene tank.” en “Op hoeveel procent zit je nu?”

ingang Slotermeer: We zijn er bijna, we zijn er bijna...

Slotermeer

We besluiten dat we op 30% van ons vermogen varen, en dat voelt heel prettig. Toch varen we nu gemakkelijk 8 km per uur. We genieten van de tocht en de eerste 18 km naar Sloten gaan als een trein. Het heeft dagen geregend en het is veel te koud voor de tijd van het jaar. Voor het Slotermeer trek ik de regenjas aan en dat is geen overbodige luxe. Er staat een pittig windje waardoor de golven aardig op lopen. Na Sloten wordt de boot gekeerd en koersen we richting Balk. In de GPS heb ik de route vastgelegd en Carel navigeert op kaart en kompas dus we hebben steeds een dubbele check. Ik vaar met de Epic SMWFC (small mid wing full carbon) peddel. Carel met de Camano van Werner ook een full carbon peddel. Dit is de eerste keer dat ik de Epic peddel gebruik. Hiervoor heb ik met de Knysna Racing gevaren. Deze heeft een groter blad. Voor een lange tocht houd ik van een kleine peddel omdat hij minder weerstand heeft. Iets minder snel zijn, neem ik dan voor lief.


Na het Slotermeer hebben we onze eerste break verdiend. We stoppen en eten en drinken wat. Als we weer varen komen we tot de conclusie dat we korter en krachtiger moeten stoppen. Met het varen kun je nauwelijks tijdwinst boeken, maar met het stoppen verlies je heel veel tijd. De Luts is een prachtig stuk om te varen maar er staat te weinig water waardoor de boot zich vast zuigt en de snelheid daalt.





De Luts na Balk

Dan De Morra en op weg naar de Galamadammen.We hebben steeds de herinneringen aan de Elfstedentocht op de schaats die we beide in de winter hebben geschaatst. Midden op de Morra zeggen we: “hier stond het bordje naar Woudsend.” Die uitgestrekte ijsvlakte lijkt nu heel onwerkelijk.
Stavoren




In Stavoren hebben we onze tweede stop. We liggen midden in de haven tussen de “strijkijzers” en het is een drukte van belang. Boten komen en gaan of liggen voor de brug te wachten. We slaan rechtsaf naar Hindelopen en moeten onder een laag bruggetje door. Op toverslag zijn we in de stilte beland. Hier komt niemand meer. Er volgt een prachtige route langs de dijk en we genieten van de Hollandse plaatjes met luchten, water en weiland. Onderweg worden we aangemoedigd door ons vrouwelijke fans. Volgens Carel “De schijtende pers….” Gelukkig geen boe geroep.




De "schijtende pers"

Hindelopen

Van te voren heb ik al contact gehad met de pizzeria Ponte Vechio in Bolsward. We hebben afgesproken dat ik een uur van te voren bel en dat dan ons warm eten klaar staat. In Parrega bel ik met ze en we spreken half zeven af. Twintig over zes zijn we in Bolsward en even over half zeven zijn we bij de pizzeria. We worden ontvangen door een dame met twee prachtige pizza’s in elke hand “Frute di Mare”. We worden naar een tafel gebracht en de andere gasten weten niet wat ze zien. “Dat is snel! Wij wachten al veel langer…”. “Tsja”, zeg ik “Eén telefoontje en het is geregeld!” De pizza’s zijn een smulfeest: mosselen, garnalen, inktvis, krab en dat alles in heerlijk gesmolten kaas en dat weer op een heerlijke bodem. De maaltijd is echt efficiënt bestede tijd want de nacht is nog lang en dan kan zo’n “bodem” wel helpen…

Bolsward

Op weg naar Harlingen zien we de zon prachtig ondergaan en we genieten van het buiten zijn en van de lange dag. In Harlingen maken we een korte plas stop en dan zetten we de lichten op de boot. Ik heb een schijnwerper op mijn hoofd en Carel heeft boven op zijn pet het deklicht. Zo zijn we goed zichtbaar. Langzaam glijden we de nacht in. Eerst gaan de sterren langzaam aan en gaat de wind liggen. De wolken trekken op en mijn hoofdlamp gaat uit. We kunnen het prima zien zonder licht. Dan het tweede stadium, nu is het écht donker. Sterrennevels worden zichtbaar en de sterrenhemel hangt majestueus boven ons te blinken. Op een gegeven moment vraag ik aan Carel of hij in slaap valt want we slingeren wel erg over de sloot. “Nee”, zegt hij “ik zit naar de sterren te kijken.” Hij ontdekt Cassiopeia en de Noorderkroon.





Langs Berlikum zitten duizenden spreeuwen in de bomen langs de vaart. De hele vaart ruikt naar vogelpoep. Als ze ons in de gaten krijgen beginnen ze luid te kwetteren. Carel klapt in zijn handen en duizenden vogels vliegen op. Een fantastische aanzwellend geluid van duizenden vleugels met een golf van lawaai en dat alles zonder dat je wat ziet, echt kippenvel zo mooi!

Wolken schuiven nu voor de sterren en het weinige zicht van de sterren valt nu weg. Op een gegeven moment klik ik mijn licht aan. We stuiven recht op de kant af en Carel weet door hard roer naar links te geven een botsing te vermijden. Wel komen we zo in een doodlopende sloot terecht en moeten we in de achteruit. Oef, dit ging maar net goed! Dit is de eerste en de laatste keer dat we mis gaan.

Om twee uur ’s nachts zijn we bij de sluis boven Berlikum. We moeten de loodzware boot overdragen en dat valt niet mee. Bovendien is de nieuwe sluis uitgevoerd in ruw hard beton en dan is het heel moeilijk om de boot onbeschadigd uit het water te krijgen. De boot is veel te zwaar en moet eerst leeg voordat we hem kunnen vervoeren. Tegen slaap kun je niet vechten, vechten tegen slaap kost energie en die heb je niet meer dus die strijd verlies je altijd. We besluiten om hier dan maar een paar uur slaap te pakken. Bovendien houden we nu een soort van dag en nacht ritme vast. Carel zet de tent op en dan zet ik de wekker. We slapen precies drie uur en dan is het al weer ochtend en komt de zon op.





Snel pakken we alles in en we gaan weer op weg. Het is heel raar maar beiden worden we helder en uitgerust wakker. Beiden hebben we geen spierpijn of andere belemmeringen. Zodra we in de boot zitten gaat het meteen al weer lekker. We genieten van de ochtend en het prachtige licht. De Blikvaart zuigt wel weer ontzettend, dus echt hard gaan we niet maar dat kan de pret niet drukken. 

In Oude Leye is bij de sluis aan de linker kant een houten walbeschoeiing. Daar is het een beetje gemakkelijker om de kano over te zetten. We trekken/schuiven hem gewoon door het hoge gras heen. Deze keer kost het ons maar twintig minuten voordat we weer in de boot zitten. We komen tot de slotsom dat een grote boot een groot voordeel is maar dat je hem niet beslist propvol moet laden. Ik woon in Burdaard en we besluiten het overtollige gewicht te lozen. Op de heenweg maken we een korte stop op de terugweg gaan we warm eten. Zo gezegd zo gedaan. Acht thermoskannen met water. Slaapspullen voor twee personen, een tent en twee tassen vol met boodschappen, alles gaat eruit. Zo, en dat lucht op. Meteen gaan we bijna tien kilometer per uur. We weten niet wat ons overkomt. Tot we keren in Dokkum. Door alle regen is het waterpijl flink gestegen en zijn ze flink aan het spuien. Ze spuien met 0,4 meter per seconden. Dus dat betekent dat we bijna 1,5 km stroom tegen hebben. De terugweg is zwaar, lang en moeizaam. Tegen de stroom in roeien valt niet mee…

Dokkum

 Dineke fietst ons tegemoet en nu hebben we een echte fan op de route! Daarna fietst ze naar huis om voor ons eten warm te maken. Opnieuw eten we stevig en haasten ons naar de boot. De pauzes nemen, gek genoeg, meer energie dan het varen. We zeggen steeds “In de boot kunnen we uitrusten.” Met een volle buik en stroom tegen en een zon die steeds feller gaat branden hebben we moeite om wakker te blijven. Het plons plons, plons plons werkt hypnotiserend op Carel en hij valt een aantal keren bijna in slaap.

Harmonie Leeuwarden. Let op de kajak in het raam...
 We zijn blij als we eindelijk in Leeuwarden aankomen. Nu raken we de stroom tegen kwijt. We moeten nog wel om de stad heen en dan kunnen we op weg naar Sneek. Als we het precies in 36 uur willen doen dan moeten we om kwart voor zeven terug zijn in Sneek. In het begin roeien we er tegen aan en lijkt het te lukken. Maar Sneek is gewoon te ver weg om het tempo vol te houden. We zakken in en gaan steeds langzamer.

Een aantal keer zie ik dingen die er niet zijn. In de wolken denk ik iconen te herkennen van mijn computer scherm. En even later denk ik “He?, waarom hangt onze bokszak hier?” Dat blijkt een ronde wolk te zijn in de vorm van een bokszak. Oke, ik ben dus best wel een beetje moe. Het rare is, dat ook val je bijna in slaap, je peddelt gewoon door. Alleen is de slag niet meer zo krachtig en effectief.

Sneek is echt ver, ver weg en het gaat steeds moeizamer. We zeggen tegen ons zelf dat niet Sneek maar Sloten het eindpunt is. We moeten dus nog even door. Dat geeft weer de spirit om door te gaan. Om zeven uur komen we aan in Sneek en nemen we de laatste stempel in ontvangst door een foto te maken van de Waterpoort.



We zijn super blij en trots en varen naar Carel zijn huis. Pieke, zijn vriendin wacht ons op en haalt ons feestelijk binnen. Ik neem de vouwfiets mee en fiets naar het station. Dan vanaf Leeuwarden op de fiets naar huis. In een uur ben ik weer thuis. Dit is de afstand waar we bijna een halve dag over hebben gedaan in de kajak. In de kajak is Friesland veel groter. Carel bedankt! Het was een waanzinnig avontuur en ik had nooit gedacht dat we het zouden halen!!



zondag 17 juli 2011

Valley Alleut II tochtje

Om mijn fietsbenen rust te geven zit ik in de kajak. Vrijdag 63 km gevaren samen met Carel. Een tocht waar we 10 uur continu aan het varen zijn geweest. Een prachtige tocht langs het kerkje in Sandfirden. Daar kom je op de fiets niet zo gauw omdat het dood loopt. Maar man! Wat is het daar mooi! Er staat een kerk, drie huizen en een steiger en verder niets. Maar het landen daar is een feest, net een time leap....


Ach de foto’s zeggen alles:














dinsdag 12 juli 2011

Laaksum – Enkhuizen – Laaksum

Donderdagavond na een stressvolle week mijn “KanoChecklist” opgezocht om alle spullen bij elkaar te zoeken om twee dagen op het Wad te vertoeven samen met Carel van Leeuwen. De datum staat al weken in de agenda maar we hebben nog weinig tijd gehad voor de voorbereiding. Als alle spullen gepakt zijn en klaarliggen, Carel ’s avonds laat gebeld. Het eerste wat we doen is het tij bekijken. Oef, dat is een tegenvaller. Het is half vijf ’s ochtends hoogwater in Lauwersoog. Beide zijn we achterop met slaap en zien we de vroege tijd niet zitten.


We besluiten om onze tocht maar een week uit te stellen, even later belt Carel terug. De kano club “Onder de Wadden” uit Franeker gaat zondag van Laaksum naar Enkhuizen. Wow! Dat is een tocht die al heel lang hoog op het lijstje staat. Mag ik mee? Carel gaat het navragen. Als alles goed gaat dan gaan Carel en Pyke, zijn vriendin, in de tandem kajak. En ik ga in mijn Sirius van P&H. Zaterdagavond besluit Pyke om niet mee te gaan en gaan Carel en ik in de 6.70 meter lange Alleut II van Valley.


Zondag rijd ik om 7 uur ’s ochtends op weg naar Sneek. We pakken de boot en gooien hem op het dak van de bus en dan rijden we naar Laaksum. Daar ontmoeten we de andere groepsleden. Van een aantal kajakkers krijg ik een hand waar je bang van wordt. Wat een kracht en wat een blokken beton. Dit zijn de echte helden en daar sta ik dan tussen... Als iedereen de boten heeft ingepakt komen we bij elkaar om de groepsstrategie in de laatste briefing door te spreken over leiding van Willem Burema. Lang word er in de poppetjes van mijn ogen gestaard. Dit zijn mannen die hun leven aan mij toevertrouwen en andersom. Ze moeten niet in de problemen komen door mij. Blijkbaar zit het vertrouwen goed en gaan we op weg. De afspraak is dat de groep bij elkaar blijft en dat iedereen daar verantwoordelijk voor is. Als je voor vaart kijk je zo nu en dan of iedereen nog in de buurt is. Of iemand dat niet snapt…..? Oké, Dan gaan we op weg….


De lengte van ons schip werkt niet in ons voordeel. Er staan veel korte golven en we moeten in de wind op naar Enkhuizen op koers 220 graden. De kajaks dansen over de golven maar onze boot boort zich steeds in de golven. We verliezen dan snelheid. We draaien op zo’n 60 procent maar we komen toch aardig mee in het middenveld. We genieten van de heerlijke tocht. De voorste man in onze boot mag water happen en dat doe ik dan ook de hele weg met veel plezier. We maken onderweg drie kleine stops. Het is maar goed dat we kompassen op de boot hebben. Na een stop ben je echt compleet gedesoriënteerd. Links, water, rechts water, voor water, achter water. We liggen zelfs met de neus de andere kant op.

Na een kleine drie en een half uur landen we in Enkhuizen in de jachthaven. Nadat de boten op de kant liggen gaat de natte troep uit. Dan vallen we aan op onze voorraad brood, koeken en thee. Het zonnetje schijnt heerlijk en nadat de ergste honger gestild is gaan we op zoek naar de tent met het zeebanket. Want kanoën is natuurlijk wel leuk maar voor “het visje eten” daar zijn we voor gekomen.








We slagen erin om half Enkhuizen te doorkruisen voordat we de winkel vinden. Tip v
oor de volgende keer. Sla links af en blijf langs de kademuur lopen…. De vis wordt gepresenteerd in bakjes in de vorm van een roeiboot. We moeten wel in stijl blijven ten slotte. Kwart over twee moeten we vaarklaar staan. Om vijf over twee krijgen we ons laatste portie vis dus dat wordt krap. We lopen zo hard mogelijk terug. Maar we hebben toch nog als eerste groep de weg terug gevonden. Het wordt een beetje later dus….

Omdat één van de deelnemers wel op tijd in het water ligt is de briefing op de kade van de jachthaven. Een kanoer in het water en de rest op de kant dat lokt meligheid uit. En de groep rust niet voordat de boot omligt. Oké, hij is de beroerdste niet en maakt even een perfecte demonstratie Eskimo rol. Kijk zo doe je dat als ECHTE zee kajakker. De lucht is dreigend dus is er met de Brandaris gebeld. Het ontweer gaat ons niet treffen dus we kunnen terug varen.


Voorzichtig blijven we bij elkaar want het is druk met boten in en rond de haven. Zonder kleerscheuren belanden we weer op het ruime sop en paddelen terug. De wind is gedraaid van zuid naar noord en daardoor weten de golven niet goed wat ze moeten. Doordat er nu minder golven zijn dan op de heenweg is de lengte van onze boot nu in ons voordeel. We vliegen ritmisch over het water in onze perfecte Human Powered Boat.

Ook op de terugweg maken we weer een aantal kleine stops. Heerlijke momenten om ervaringen uit te wisselen en bij te kletsen. Van Paul de Haas bewaar ik al twee jaar een krantenknipsel in mijn kanomap (rondje Ierland in zes weken) en nu varen we in dezelfde groep! Na de groepsfoto gaan we op weg voor de laatste etappe. Vlak voor Laaksum beginnen de golven weer wat op te lopen. We pakken twee surf rondjes mee waarna we weer landen in de prachtige haven van Laaksum. Mannen bedankt voor de perfecte dag en bedankt dat ik mee mocht!!

dinsdag 10 mei 2011

Roeispaan


Zaterdag 5 mei is het bevrijdingsfestival in Leeuwarden. Sander en zijn maten hebben bedacht om met het roeibootje naar Leeuwarden te varen naar de Prinsentuin. Dan zijn ze midden op het festival terrein en hebben ze een leuke tocht. De roeiboot gaat het water in en de motor wordt bevestigd. Een winter niets doen is niet goed voor een motor. Hij blijkt het nog wel te doen maar als de motor weinig toeren maakt dan slaat hij af.

Woensdag mogen ze een motor van een vriend lenen. Vorig jaar zijn drie roeispanen gebroken en daar heb ik Canadese peddels van gemaakt. Ze varen met kleine peddels naar hem toe en de tweede motor komt er achter te hangen. De tweede motor blijkt de winter ook niet te hebben overleefd.

Riemer heeft ook een motor dus die mag er wel achter. Deze motor start maar houd er dan mee op. De bougie wordt schoongemaakt maar ook dat helpt niet. De vierde motor dan? Nu moeten ze het hele dorp door peddelen. Als ze aankomen zegt Marijn: “Jongens, slecht nieuws, onze motor doet het ook niet.” “Kon je niet even bellen varen we dat hele klere eind door het dorp en dan is het ook nog voor niets…..”

Maar ja, hoe kom je nu in Leeuwarden? Ze mogen van Ydwer een stel langere peddels lenen voor de Canadees. Zouden ze 12 uur ’s middags vertrekken. Ondertussen is het al half drie. Met z’n vijfen roeien ze nu  15 kilometer naar Leeuwarden. Om tien uur ‘s avonds belt Sander dat het festival afgelopen is. Er is nog een klein probleem, ze moeten nog terug…….

Eén “vriend” haakt af. Druk, druk, druk. Morgen werken en zo... het is zo zwaar ennhu… De derde vriend is net aan de schouder geopereerd en heeft eigenlijk al teveel gedaan. Sander en Marijn moeten samen de boot terug roeien. Oef, en dat is een heel eind in de nacht en het gaat niet zo snel. Gelukkig zijn ze om 01:00 uur al thuis. Met uitgaan wordt het wel eens later ten slotte. Oh ja, Sander heeft heerlijk geslapen hij wordt pas 12 uur de volgende dag wakker. Maar waar dat van komt??? Weet ie niet….

Daar sta je dan als ontaarde fietsvader. Weinig thuis zeker? Laat de klussen thuis sloeren. Tijd voor actie. Het hout voor de roeispaan ligt al net zolang in huis als ik de Quest heb. Slik…. Gelukkig zijn de schuurbanden op van de bandschuurmachine, dus het begint goed met een ritje Quest naar Leeuwarden om schuurbanden te halen. Toch weer gratis 40 kilometer erbij. 

Twee latten op elkaar gelijmd en daarna de bladen gezaagd en bevestigd. Dan is de grove vorm van de roeispaan duidelijk. Daarna begint het schaven totdat ik de vorm glad kan schuren met de bandschuurmachine. Na een dag werken is de eerste roeispaan af. Ik ben best trots, ondanks al het fietsen kan ik het nog. Nog twee te gaan…. Aan het eind van het seizoen verf ik ze wel want voordat de verf droog is. Is het seizoen al weer om….













zondag 31 oktober 2010

Record


Vrijdag ochtend om zeven uur vertrokken voor de tweede kayak tocht dit jaar. Door de huidige fiets manie kom ik niet aan de kayak toe. De boot hangt een beetje verloren aan het plafond. Vandaag mag hij er weer niet af want we gaan met de dubbel van Carel. De voorspelling is dat het warm wordt voor de tijd van het jaar, zo’n 15 graden weinig wind en zo nu en dan komt de zon.

Ik trek niet teveel kleren aan want je zou het eens veel te warm kunnen krijgen. Na het Koevorder meer met harde tegenwind en aardige golven ben ik zeik nat en door en door koud. In de wind met een chill factor van -5 trek ik bibberend mijn tweede set droge kleren aan. Daarover gaat mijn GoreTex jas en nadat ik de hete thee erin gegoten heb kunnen we weer.



Aan het eind van de dag heb ik drie mutsen op en het nog steeds niet echt warm. De zon hebben we inderdaad een keer gezien….. Bij onze stop zitten we uit de wind achter een keet. Niet echt een idyllisch plekje, maar we zijn er blij mee. Na negen uur varen zijn we weer terug in Sneek. Het meest wonderlijke is toch wel dat ik gewoon negen uur kan roeien zonder training. Als we uit de boot komen, doen alleen de schouders wat zeer maar na een nacht slapen is dat ook weer weg.

maandag 21 juni 2010

Kajak weekend

Vrijdag na de repetitie bij Carel in de kajak gestapt. Carel heeft een nieuwe Valley Aleut, een dubbele tweemanskajak die dringend aan de tand gevoeld moet worden. Het eerste plan is om in de Quest mijn viool, mijn kano uitrusting en drie dagen voedsel te vervoeren. Maar hoe ik ook prop en pas en meet het blijft niet passen. Het is niet anders, ik ga met de auto naar Sneek. De eerste afspraak is om de zee op te gaan. Maar het waait al weken hard en bovendien is het aanlandige wind. Bovendien is het hoog water om half vier ’s ochtends. Dit jaar heb ik al één keer in de kajak gezeten, ik heb het tenslotte veel te druk met fietsen. Met zo’n kano conditie en deze omstandigheden zie ik het niet zitten om de zee op te gaan dus hebben we een alternatieve zoet water ronde bedacht. En daarom “belonen” we ons zelf met een rondje van 85 kilometer. Dat is net te lang om te kunnen halen in twee dagen dus dan kunnen we lekker stressen in de boot…. Doorroeien Carel, ja Marcel houd je mond, roei door….




De nieuwe boot van Carel is een compromis loze boot van bijna 7 meter met een enorm bagage luik tussen ons in. Plus nog een luik voor en achter dat betekent dat je heeeeel veel mee kunt nemen. Ik ben op tijd in Sneek om de boot in te pakken zodat we meteen na de repetitie weg kunnen. De boot is ingepakt niet te tillen. Naast een complete tent uitrusting hebben we ook nog drie dagen voedsel en liters water mee. De repetitie is om negen uur ’s avonds afgelopen en vol goede moed beginnen we de boot naar het water te manoeuvreren. Eenmaal in het water is de boot als een vis in het water. De scherpe boeg snijdt door de golven en de wind hebben we in de rug. Meteen hebben we een gangetje van 9 kilometer per uur te pakken en dat is hard voor een kajak.



Om half twaalf  ’s nachts landen we op het eilandje voor Heeg. We slepen de boot 50 meter door het natte gras en zetten onze tent beschut uit de wind op. Gelukkig hebben we al gegeten want de harde wind en de regen maken het buiten niet erg aangenaam….

De volgende ochtend zitten we om half tien weer in de boot. De harde wind maakt dat er aardige golven staan op het Heegermeer en de Fluessen. De zijwind duwt de boot een beetje scheef en dat maakt het roeien vermoeiend maar toch varen we lekker door en komen om half een in Stavoren.

Heel raar, het is toch geweldig zeilweer zou je denken: harde wind en regen, maar er zijn bijna geen boten in Stavoren en voor een kajak draait de sluis niet dus we mogen hem tillen. Voordat we het IJsselmeer opgaan gaan we eerst stevig bunkeren. De bananen, gevulde koeken en broodjes kauwen we geduldig naar binnen. Een brutale eend die ons de hele tijd schattig aankijkt en ook wat kruimeltjes krijgt is een ware dief. Als Carel even zijn telefoon pakt, jat de knuffel eend zijn hele boterham met oude kaas en maakt zich uit de voeten/zwemvliezen. Carel vliegt er achteraan en staat er beteuterd bij maar na een snoekduik van de eend in het water is de boterham weg….


In de hoek bij de sluis is een klein strandje en daar gaan we weer in het water. Op het IJsselmeer hebben we de wind in de rug en dat is heel prettig met deze hoge golven. We surfen van golf naar golf en de boot doet het geweldig. We bereiken in de surf snelheden tot 15 kilometer per uur. Het is werkelijk kicken. Het roer houdt de boot steeds strak in het spoor zodat hij niet uitbreekt. De boot reageert heel rustig en vertrouwd dus we genieten met volle teugen.

Halverwege Lemmer gaan we even aan land. Ik bel even met Dineke om te vertellen dat alles goed gaat. We horen dat Nederland heeft gewonnen van Japan. Ik vertel aan Carel dat Nederland heeft gewonnen. Waarmee? Vraagt Carel…. Is al net zo’n voetbal fan als ik…..

De IJsselmeerkust afleggen in een kajak is een heel eind maar eindelijk komen we in Lemmer. Daar hebben we meer geluk en kunnen we met een boot mee naar binnen in de sluis. De sluiswachter moppert wat en zegt dat we de boot wel kunnen tillen. Ik zou echt niet weten hoe want bij de sluis is nergens gelegenheid. Bovendien is het kreng niet te tillen maar gelukkig mogen we mee.

Eenmaal weer in het binnenwater zoeken we een plek om te koken. We vinden een goed plekje uit de wind en zetten onze vriesdroog maaltijd in elkaar. Mjam is maar weer smullen… wat hebben we weer een geluk. Gelukkig hebben we nog wat verse groentes mee…. Je kunt er natuurlijk voor kiezen om uit eten te gaan maar Carel en ik vinden het altijd veel te leuk om alles mee te sjouwen. Bovendien stap je dan uit je expeditie wereldje en dat verknoeit juist die “leuke” sfeer. We hebben tenslotte niet voor niets overnacht in een natte tent, een vochtige slaapzak en natte kleren.

Na het warm eten roeien we nog drie uur stevig door en anderhalf uur voor Sneek om 22:00 uur is onze tijd op. Het regent weer gezellig. De kans om nog een nacht met je maatje in een natte tent door te brengen laten we ons niet door de neus boren dus zoeken we opnieuw een plekje. Het eerste eiland blijkt een levensgevaarlijk bagger depot te zijn. Het tweede eilandje lukt wel "Aanleggen om de hoek" klinkt vertrouwt.

Om het ons zelf makkelijk te maken hoeven we de boot maar 10 meter te versjouwen. Carel en ik doen beide een manhaftige poging. Door de spierpijn kan ik mijn armen niet meer recht voor me uitsteken. We krijgen de boot nog geen centimeter vooruit. Tegelijkertijd besluiten we dat de boot er prima bij ligt….. Er is te weinig licht voor een fatsoenlijke foto maar deze foto's geven wel prima de sfeer weer dus toch maar geplaatst.





De volgende ochtend staat de wekker op zeven uur. Ik moet op tijd thuis zijn voor het vaderdag concert van het Frysk Jeugdorkest waar Sander viool in speelt in de Harmonie in Leeuwarden. Zonder ontbijt proppen we de boot in drie kwartier vol voor onze laatste etappe. Om negen uur stappen we uit de boot in Sneek. Wow het was weer een geweldige tocht en ik heb maar drie blaren….. Carel bedankt!!!